Home                     Over VEKO                     Contact                     Downloads
   
                                       Particulieren    Bedrijven Verzekeringen   I   Hypotheken   I   Pensioen   I   Risico Analyse   I   Financial Lease   I   Employee-benefits
 

 

 

Pensioen

De Pensioenwet is de wet waaraan alle door werkgevers en pensioenfondsen opgezette pensioenregelingen moeten voldoen.

De Pensioenwet is sinds 1 januari 2007 de vervanger van de Pensioen- en Spaarfondsenwet (=PSW) uit 1954. De Pensioenwet is bedoeld om er voor te zorgen dat de pensioenaanspraken waar werknemers recht op hebben veiliggesteld worden.

Pensioensoorten
In de Pensioenwet staan de volgende pensioensoorten:
* Ouderdomspensioen
* Nabestaandenpensioen
* Arbeidsongeschiktheidspensioen

Vereisten
Voor alle drie de bovenstaande pensioenen geldt dat zij aan de volgende vereisten dienen te voldoen:
* Voortvloeien uit een dienstbetrekking;
* Uitkering in geld;
* Uitkering op grond van ouderdom, overlijden of arbeidsongeschiktheid.

Pensioensystemen
Voor de opbouw van ouderdomspensioen kan gekozen worden tussen drie pensioensystemen:
* Middelloonregeling
* Eindloonregeling
* Beschikbare premieregeling

Middelloonregeling
Pensioenopbouw op basis van de middelloonregeling wil zeggen dat het uiteindelijk te ontvangen pensioen is gebaseerd op het salaris wat gemiddeld tijdens het dienstverband is verdient.

Bij een middelloonregeling wordt voor elk jaar afzonderlijk de pensioenopbouw bepaald. Een loonsverhoging heeft alleen gevolgen voor de pensioenopbouw in de toekomst. Het uiteindelijk te ontvangen pensioen is het totaal van alle jaarlijks opgebouwde bedragen.

In onderstaand voorbeeld wordt de systematiek van de opbouw nog eens in cijfers weergegeven. Er is daarbij gerekend met een franchise van € 15.000.

Leeftijd Salaris Pensioen Grondslag Aantal Jaren
opbouw x
opbouw-percentage
Pensioen
30 jaar
40 jaar
45 jaar
50 jaar
55 jaar
25.000,-
30.000,-
35.000,-
45.000,-
50.000,-
10.000,- 
Verhoging   €   5.000,- 
Verhoging   €   5.000,- 
Verhoging   € 10.000,- 
Verhoging   €   5.000,- 
35 x 1.75
35 x 1.75
35 x 1.75
35 x 1.75
35 x 1.75
 6.125,00
 2.187,50
 1750,50
 2625,00
€   875,50
65 jaar 50.000,- Totaal opgebouwde OP   € 13.562,50


Eindloonregeling
Pensioenopbouw op basis van de eindloonregeling wil zeggen dat het uiteindelijk te ontvangen pensioen is gebaseerd op het salaris wat je op de pensioendatum (of moment van uitdiensttreding) verdient.

De systematiek van pensioenopbouw is in een eindloonregeling niet anders als in een middelloonregeling. Met dien verstande dat er nu met terugwerkende kracht over salaris in voorgaande jaren pensioen wordt opgebouwd.

Salarisverhogingen worden binnen deze regeling gecompenseerd door de werkgever. In geval van een salarisverhoging is er sprake van gemiste pensioenopbouw in de jaren dat nog het lagere salaris werd verdient. Met terugwerkende kracht zal de werkgever het pensioen aanvullen. Alsof reeds vanaf de start van de deelname aan de pensioenregeling het hoge salaris werd verdient. Dit wordt ook wel backservice genoemd.

In onderstaand voorbeeld wordt de systematiek van de opbouw nog eens in cijfers weergegeven. Er is daarbij gerekend met een franchise van € 15.000.

Leeftijd Salaris Pensioen Grondslag Aantal Jaren
opbouw x
opbouw-percentage
Pensioen
30 jaar
40 jaar
45 jaar
50 jaar
55 jaar
25.000,-
30.000,-
35.000,-
45.000,-
50.000,-
10.000,- 
Verhoging   €   5.000,- 
Verhoging   €   5.000,- 
Verhoging   € 10.000,- 
Verhoging   €   5.000,- 
35 x 1.75
35 x 1.75
35 x 1.75
35 x 1.75
35 x 1.75
 6.125,00
 3.062,50
 3.062,50
 6.125,00
€  3.062,50
65 jaar 50.000,- Totaal opgebouwde OP   € 21.437,50


Beschikbare premieregeling
Tegenwoordig bestaan veel pensioenregelingen op basis van het beschikbare premiestelsel. Dat houdt in dat er een premie beschikbaar wordt gesteld voor de pensioenopbouw.

De hoogte van premie wordt meestal bepaald aan de hand van een percentage van het salaris of de pensioengrondslag. Het percentage is afhankelijk van je leeftijd.

Op de pensioendatum wordt gekeken naar wat er aan pensioenuitkering kan worden aangekocht met behulp van de gespaarde premies. Het rendement van de belegde premies bepaalt dus de hoogte van de uiteindelijke pensioenuitkering.

Pensioenvormen
Pensioen is uitgesteld loon. Zo luidt de redenering van de belastingdienst. Er zijn meerdere vormen van pensioen. Op grond van de Pensioenwet bestaan de volgende pensioensoorten:
* Ouderdomspensioen
* Nabestaandenpensioen (incl. wezenpensioen)
* Arbeidsongeschiktheidspensioen

Vereisten
Voor alle drie de bovenstaande pensioenen geldt dat zij aan de volgende vereisten dienen te voldoen:
* Voortvloeien uit een dienstbetrekking;
* Uitkering in geld;
* Uitkering op grond van ouderdom, overlijden of arbeidsongeschiktheid.

Ouderdomspensioen
Ouderdomspensioen is het pensioen wat wordt ontvangen vanaf de
pensioendatum.
In veruit de meeste gevallen is dat de 65-jarige leeftijd. Uiterlijk mag het ouderdomspensioen ingaan op de 70-jarige leeftijd. Het ouderdomspensioen loopt door tot het overlijden.

Ouderdomspensioen wordt gedurende de werkzame periode opgebouwd. Er zijn drie manieren waarop het ouderdomspensioen wordt opgebouwd, middels:
* Middelloonstelsel
* Eindloonstelsel
* Beschikbare premiestelsel
Wanneer de pensioenregeling een 40-deelnemingsjarenpensioen bevat bestaat de mogelijkheid om voor de 65-jarige leeftijd reeds met pensioen te gaan. Deze mogelijkheid is overigens in maar weinig pensioenregelingen opgenomen.

Voor de Wet VPL waren er meerdere mogelijkheden om op een fiscaal aantrekkelijke manier te sparen zodat voor de 65-jarige leeftijd met pensioen gegaan kan worden. Alleen werknemers die op 1 januari 2005 55 jaar of ouder waren, kunnen gebruik blijven maken van de oude fiscale regelingen.

Voor werknemers die op dat moment de 55-jarige leeftijd nog niet hadden bereikt is een overgangsrecht ontwikkeld. Dit overgangsrecht houdt onder andere in dat met ingang van januari 2011 de eigen bijdrage aan de pensioenopbouw volledig wordt belast.

Pensioen bij overlijden
Het nabestaandenpensioen zorgt ervoor dat de nabestaanden van een kostwinner financieel verzorgd achterblijven. Er is nabestaandenpensioen voor de:
* achterblijvende partner (partnerpensioen)
* achterblijvende kinderen (wezenpensioen)

Partnerpensioen
Het partnerpensioen wordt uitgekeerd vanaf het overlijden van de verzekerde tot aan het overlijden van de nabestaande. Partnerpensioen kan op twee manieren worden geregeld in een pensioenregeling:
* op risicobasis
* opbouw van partnerpensioen

Partnerpensioen op risicobasis
Ingeval van een partnerpensioen op risicobasis vervalt de aanspraak op partner pensioen bij het einde van het dienstverband. Het is als een soort verzekering, waarbij de dekking eindigt op het moment dat de premiebetaling stopt.

Opbouw van partnerpensioen
Bij de opbouw van partnerpensioen blijft ook na einde van het dienstverband recht bestaan op het tot op dat moment bij elkaar gespaarde bedrag. Gedurende het dienstverband wordt het partnerpensioen bij elkaar gespaard. Bij einde van het dienstverband en einde aan de deelname aan de pensioenregeling stopt de opbouw, maar behoud je het recht op het opgebouwde partnerpensioen.

Nabestaanden overbruggingspensioen
Sinds de AWW (=Algemene Weduwen- en Wezenwet) is overgegaan in de Anw (=Algemene nabestaandenwet) is de groep personen die aanspraak kan maken op een uitkering voor nabestaanden kleiner. Om het gemis aan Anw-uitkering te compenseren is in sommige pensioenregelingen een nabestaanden overbruggingspensioen opgenomen.

Een nabestaanden overbruggingspensioen keert uit direct na overlijden of op het moment dat de Anw-uitkering eindigt. Het nabestaanden overbruggingspensioen stopt op het moment dat de nabestaande de leeftijd van 65 jaar bereikt.

Wezenpensioen
Het wezenpensioen wordt direct na het overlijden uitgekeerd aan de kinderen van de overledene. Over het algemeen eindigt het wezenpensioen op de 18-jarige leeftijd. Wanneer een kind nog studeert of arbeidsongeschikt is dan kan het wezenpensioen doorlopen tot 27-jarige leeftijd.

Arbeidsongeschiktheidspensioen
Ingeval van arbeidsongeschiktheid wordt door de overheid (eventueel) een WIA- of WAO-uitkering verstrekt. Als aanvulling op deze uitkering wordt er door sommige pensioenfondsen nog een arbeidsongeschiktheidspensioen verstrekt.

Het arbeidsongeschiktheidspensioen gaat in op het moment dat de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever vervalt. De uitkering eindigt op 65-jarige leeftijd of op het moment dat men weer in staat is om te werken.

Pensioenopbouw
Pensioenopbouw kan plaatsvinden op verschillende manieren. Pensioenopbouw kan plaatsvinden met behulp van het eindloon- of middelloonregeling maar ook middels de beschikbare premieregeling.
Bij de pensioenopbouw zijn enkele zaken van belang:
* Pensioengevend salaris
* AOW-franchise
* Pensioengrondslag

Pensioengevend salaris
Het pensioengevend salaris bevat alle salarisbestanddelen waarover pensioen wordt opgebouwd.

Bij een middelloonregeling kunnen variabele beloningsbestanddelen, met uitzondering van de auto van de zaak, meegenomen worden in het pensioengevend salaris. In een eindloonregeling wordt alleen het vaste salaris meegeteld voor het pensioengevend salaris.

AOW-franchise
In alle pensioenregelingen wordt rekening gehouden met het feit dat iedere Nederlander al pensioen ontvangt vanuit de overheid, de AOW. Dit wordt gedaan door de AOW-franchise in mindering te brengen op het pensioengevend salaris.

Pensioengrondslag
De pensioengrondslag is het bedrag wat berekend wordt door het pensioengevend salaris te verminderen met de AOW-franchise.

Afhankelijk van de pensioenregeling, eindloon- of middelloonregeling wordt maximaal 2% of 2,25% pensioen per jaar opgebouwd over de pensioengrondslag.

De totaal te bereiken pensioensaanspraak op de pensioendatum wordt berekend door het aantal deelnemingsjaren tot aan de pensioendatum te vermenigvuldigen met de uitkomst van de berekening. Uiteraard is dit een indicatie omdat toekomstige salarisstijgingen in deze berekening niet worden meegenomen.

Bij een beschikbare premieregeling wordt er een premie ingelegd in een pensioenregeling. De premie wordt berekend aan de hand van een leeftijdsafhankelijke factor vermenigvuldigd met de pensioengrondslag.

De totale pensioensaanspraak hangt af van het rendement dat de “pensioenpot” maakt. Als de rendementen goed zijn wordt er een groter pensioenkapitaal opgebouwd en kan derhalve een groter ouderdomspensioen aangekocht worden.

Franchise
De AOW-franchise is een drempelbedrag waarover geen pensioenopbouw plaatsvindt. De hoogte van de franchise is veelal afgeleid uit de hoogte van AOW-uitkering. Voorgaande is niet voor niks. Pensioenfondsen nemen de stelling in dat vanaf de 65-jarige leeftijd al een AOW-uitkering wordt ontvangen. Het is dus niet nodig voor dit bedrag nogmaals pensioen op te bouwen.

Op grond van fiscale regels is de franchise in beginsel minimaal 10/7 maal de AOW-uitkering voor een gehuwde (incl. vakantietoeslag).

Bij opbouwpercentages voor het ouderdomspensioen die lager zijn dan 2,25% (middelloon) respectievelijk 2% (eindloon) mag - tot een bepaald niveau - een lagere franchise worden gehanteerd.

Pensioengat
Volgens het Verbond van verzekeraars heeft 80% van de werknemers in Nederland een pensioengat. Er is sprake van een pensioengat wanneer het pensioen minder is als 70% van het laatst verdiende salaris.

Er zijn verschillende oorzaken aan te wijzen voor een eventueel pensioentekort. In zijn algemeenheid kun je zeggen dat alles wat afwijkt van het uitgangspunt “werken van je 25e tot je 65e bij de zelfde werkgever” levert een pensioentekort op.

In de volgende gevallen zal er sprake zijn van een pensioengat:
* Later beginnen te werken dan op 25-jarige leeftijd
* In deeltijd werken
* Uitzendwerk doen
* Wisselen van baan (en pensioenregeling)
* één of meerdere jaren in het buitenland wonen
* Hoge AOW-franchise (AOW-gat)
* Werkloosheid
* Arbeidsongeschiktheid
* Tijdelijk stoppen met werken
* Eerder stoppen met werken
* Ruilen ouderdomspensioen t.b.v. nabestaandenpensioen
* Scheiding

Bovengenoemde oorzaken van een pensioentekort zijn op te lossen door bij te sparen bij het eigen pensioenfonds.

Met behulp van de jaarruimte is een pensioentekort op een fiscaal aantrekkelijke manier op te vullen. Echter, de zojuist genoemde oorzaken van een pensioentekort leiden niet tot een jaarruimte. Toeslagen op het basissalaris leiden wel tot jaarruimte. Denk hierbij aan:
* Ploegentoeslag
* Provisie
* Winstdeling
* Leaseauto

Over deze salariscomponenten wordt geen pensioen opgebouwd. De overheid heeft er voor gezorgd dat met fiscale ondersteuning (= jaarruimte) extra pensioen kan worden opgebouwd.

Eerder met pensioen
Wie droomt er niet van om eerder te stoppen met werken? Het antwoord op deze vraag is simpel.
Op 22 februari 2005 is het wetsvoorstel VutPrépensioenLevensloop (Wet VPL) aangenomen door de Eerste Kamer. In het kort komt het erop neer dat, met ingang van januari 2006, het fiscaal aantrekkelijk sparen om eerder te stoppen met werken wordt afgeschaft.

De overheid wil dat zoveel mogelijk mensen langer blijven doorwerken. Verschillende redenen liggen hieraan ten grondslag. Ten eerste stijgt het aantal ouderen t.o.v. het jonge mensen in Nederland. Omdat de AOW door de werkenden wordt gefinancierd ten behoeve van degenen die reeds 65 jaar of ouder zijn moet een kleiner aantal mensen voor een groter wordende groep 65-plussers de AOW betalen.
Ten tweede wordt de groep van mensen die AOW ontvangen ook steeds ouder, waardoor zij langer recht hebben op AOW.

Kenmerken VPL
Om te voorkomen dat mensen eerder stoppen met werken heeft de overheid bepaald dat de fiscale ondersteuning voor VUT, prépensioen en overbruggingslijfrente wordt beëindigd. Dat wil zeggen dat de betaalde premies voor deze drie regelingen niet meer aftrekbaar zijn van het inkomen. Dat geldt niet alleen voor nieuwe regelingen. Ook voor prépensioen, VUT en lijfrentes die al voor de wetswijziging bestonden geldt dat de premies betaalt na 1 januari 2006 niet meer aftrekbaar zijn.
Ook worden bijdrages van de werkgever in de VUT en prépensioenregeling belast.

Overgangsrecht
Voor VUT en prépensioen geldt overigens dat werknemers die op 1 januari 2005, 55 jaar of ouder waren gewoon gebruik kunnen blijven maken van hun bestaande regeling. Tevens is voor mensen van jonger dan 55 jaar een overgangsrecht opgezet zodat de zojuist beschreven ontwikkelingen gefaseerd worden ingevoerd.


 




 



© 2008 - VEKO adviesgroep - disclaimer